zondag 16 juni 2019

de voortuin



de tuin nu was woest en vol
met pigmenten en bladgroen
en heel veel klein gespuis
ik zag dat het goed was – zo
zo vol met trilling en ruimte
en dansende vormen in het licht
zelfs de schaduw van een wolk
kon het stralen niet verdrijven
in mijn hoofd geen wanklank




15-6 

zaterdag 15 juni 2019

in Groot Hellevoet



Redacties van kranten rommelen soms met de strofen ...

het zou kunnen

jij verdwaalt in mijn telefoon
en op de stations
wisselende vertrektijden
tikkende schoenen – haast

koerende duiven

op de roltrap een nieuw bericht
de roltrap stopt – gedrang
een volgende boodschap

dat hier een vlinder leeft

overstappen – haast
weer een bericht
nog meer mensen en treinen
metro en bus volgen jou

tot in de tijd
dat je niet meer vertrekt
op dat moment glijdt 
de telefoon uit mijn hand


donderdag 6 juni 2019

transitie

















Hoe zal het gaan …

Ik ging naar Stad om transitie te zien
maar waar ik ook keek, langs dijk en straat
het was dorpsstil, geen om- en open leidingen.
Was ik dan al te laat, misschien.

Of wordt er alleen nog maar gepraat, gepraat
over standpunten tegen voor, dat soort dingen
en wacht, ja wacht, we zullen het wel zien.
‘Van het gas af’, wanneer dan? Misschien.

‘Vanaf hier mogen de graven niet beplant’.
Daarvoor liggen de resten onder gemaaid gras.
Maar wie zaaide hier toch die papavers,

die nu zo energiek kleurig bloeien, fleurig vers
op het graf van iemand van voor het aardgas.
Gelukkig – eens is stroom niet meer relevant.


4-6



invoelbaar



zoals het schrijven glijdt
het leven verrijkt
en de dood overstijgt
zo neigt mijn hart
voorbij angst en smart

zoals het leven sliert
het schrijven siert
en taal zich overtreft
zo nijgt mijn brein
voor innerlijk zijn

zoals jij zwaait achter het raam
en ik, noemend jouw naam,
wegrijd, al is het voor even
zo zijn wij zwierend een paar
in ontastbaar tastbaar


19-5

afdwalen

afdwalen

Ik jaag op vliegen langs het raam
om ze aan de andere kant los te laten
in tijdelijke vrijheid, maar eigenlijk
als voedsel voor – ik weet het niet …
Verzin er een vogel bij die zachtjes
de huid laat kraken om zo het beestje
verlamd in de bek van een jong te proppen
- hier stoppen of toch doorgaan -

Gaan de jonge vogels uitvliegen
dan zal menigeen in de eerste vlucht
al uit de lucht worden gegrepen.
Ondanks dat hij net z’n bakje leegat
smaakt de kat de jonge vogel wel.
Veren spreidt hij her en der wat uit,
knauwt het kopje van de romp, maar
slikt tot slot het vogelkopje toch door.

Voldaan loopt hij richting de overkant
van de straat – onderweg geschept …
In de boom zaten de kauwen al te wachten.
Hun doodgraverstaak kan zo beginnen.
De kat zijgt neer in de berm. Mieren
en kevers schieten de kauwen te hulp
en een vlieg ziet kans z’n eitjes te leggen
in de restjes van het kadaver.

Ik jaag op vliegen langs het raam
en vraag mij niet meer af
waar komen ze toch elke keer vandaan.


16-5 

zaterdag 27 april 2019

sonnet zonder titel

Moet ik dankbaar zijn voor d’ overheid
die waakt over mijn veiligheid …
Met welke list en grepen
heeft zij mij dan wel begrepen.

Is het kwaad daar buiten erger dan hier binnen.
Kunnen we nog overnieuw beginnen.
Gedachten gaan steeds uit balans,
wensen ommezwaai, een nieuwe kans.

Ik zoek de rust van stille straten,
een omgang langs de kruidentuin,
de paardenbloemen bij het water.

Ik ben niet eenzaam noch verlaten,
tussen paars, geel, groen of bruin,
maar veilig voor het onbekende later.


27-4





maandag 22 april 2019

Dag van de Aarde














dag van de aarde

dag,
van de aarde
zijn wij allemaal
en van waarde ook,
helemaal en niet alleen
op deze dag
maar alle dagen
van de tijd van
leven en dood,
van stof zijt gij
en tot stof zult gij
wederkeren,
laten we eerbiedigen
onze aarde die
bedekt is met het
leven van eens
van planten en dieren
en onze voorouders


22-2