donderdag 2 april 2026

eigenlijk voor gisteren

 

veronderstel … 1 april 1928

 

op een niet zo mooie dag

zat ik in een klein café

in een stinkende straat

van een onbekende stad

 

de cafébaas was behoorlijk nors

maar zijn koffie redelijk goed

bij het beslagen raam zaten

een paar bezoekers te kaarten

 

plots staakten zij hun spel

en keken naar buiten

waar twee schimmen

met elkaar vochten

 

ik dacht aan bullebijters

even later werd er weer

doorgekaart en bestelde

ik een mineraalwater

 

zouden ze nog komen

die vrienden van mij

of waren ze al opgepakt

en voorgoed vertrokken

 

hoelang zat ik daar

nu al met inmiddels

een derde pul bier

te kijk en te wachten

 

de sigarettenrook en

de drank benevelden

mijn gesteldheid, waarom

hadden we hier afgesproken

 

 

30-3-2026


zondag 29 maart 2026

aanwezig ...


 

wolken boven mij

waar zijn wij niet allemaal

ik boven wolken

 

zaterdag 28 maart 2026

wat of ...

 

wie is wie

 

in een mens leven allerlei organen

stuk voor stuk en met elkaar

de een noodzakelijk voor de ander

hoe leven ze met gemis – nog door

 

al die cellen delen vermenigvuldigen

weten wat te doen en beschikken

over onverklaarbaar geheugen

 

vel houdt alles netjes binnen

in de eigen ego-wereld die

meestal zegt: ik ben dit lichaam

 

maar is dat wel zo

is die ik wel gevangen in een lijf

of is dat een conventionele afspraak

in de illusie van de tijd

 

 

27-3-2026


woensdag 25 maart 2026

is het wel helder

 


zijn

 

wat blijft wanneer

het ego oplost

als een ziekte

een vreemde

in woorden

zonder betekenis

 

de woorden

krimpen tot

stamelen

in klanken

met kleuren

van regenbogen

 

kleur verdwijnt

als spectrum

in transparantie

ver uitstralende

substantie

in talloze ego’s

 

 

25-3-2026


donderdag 19 maart 2026

museumbezoek

 


de storm is heel stil

 

Voor de berken beuken eiken Linden

vertonen zo nu en dan

de bezoekers treintjesgedrag

waar maar niet van afgeweken

 

allen zijn heel aimabel

alleen de portretten waarnaar

ze kijken lijken doordrammers

in hun stille lijsten

 

soms is stilstaan een vooruitgang

een enkeling ligt op de grond bij Cattelan

loopt door Serra, telt Marinarijst

of verbaast zich bij Kapoor

 

en dan, dan verdrinkt iemand

in een zelfportret van Claire Tabouret

steekt nog even een hand

omhoog – ik zie het

 

 

18-3-2026


woensdag 18 maart 2026

 

wie?

 

verslingerd in gebogen takken

ligt zijn gewond hart en zijn gevoel

streelt stekelige lange doornen

maar waar ben jijzelf gebleven

 

verborgen tussen blaren en bladeren

ligt zijn bewolkte rede en zijn verstand

vertelt opnieuw een bleke afslagleugen

maar waar ben jijzelf gebleven

 

verwrongen in een spiegelbeeld

kijken groene irissen naar doffe ogen

ligt de glans in zilverfolie of in goud

maar waar ben jijzelf gebleven

 

verlegen ligt het magere naakte lijf

op bed onder het rozerode laken

voelt eenzelfde lichaam naast zich

ben jij dat … of ben ik dit

 

 

13-3-2026


donderdag 12 maart 2026

geluk

 

vertrek-tijd

 

hij laat haar leven

achter zich, vertrekt

zelf naar elders

 

zij laat zijn leven

achter in waar dan ook

blijft verstild zitten

 

hij laat haar leven

kiest zelf anders

voor onsterfelijkheid

 

zij laten elkaar

gaan of blijven

waar het hun zint

 

zinderend van geluk

bekijken ze hun vertrek

hier en daar

 

 

23-2-2026


maandag 9 maart 2026

gas

 

het veld en de kenner van het veld

 

waar is het bevrijdend licht

waar het zicht op vooruitgang

hij ziet toekomstige nood

en de noodzaak op verbinding

die je wel/niet volstort

met pluggen en cement

 

waarom willen we toch

blijven groeien naar groter

wees toch tevreden met minder

en hinder elkaar niet

in de ruimte die je inneemt

maar beperk die wel

blij blijven met klein geluk

 

weet dat je leeft op een vulkaan

die eeuwig geeft en neemt

zo is het altijd geweest

en zo zal het altijd zijn

waar is een zekere uitvlucht

waar in dit aardse bestaan

 

8-3-2026


vrijdag 6 maart 2026

kwaliteit

 


helaas vuil water

in de sloot en op het land

helaas stop helaas


woensdag 4 maart 2026

vergeten

 

sterren

 

zat ik ooit bij vader of moeder

achterop de fiets …

geen herinneringen

zouden ze de weg geweten hebben

leefden ze in een doolhofspel

vol vijanden en afslagen

waarom (vroeg ik dat nooit)

accepteerde ik alles zonder vragen

leefde ik wel in hun wereld

of kwamen zij voor in de mijne

hielden zij rustig koers

ook al wist ik niet waarheen

ach, schrijf nu maar hun sterren

uit de melkweg naar beneden

 

 

3-3-2026


zondag 1 maart 2026

aantrekking

 

heling

 

het is guur gemberweer

en zij voelt zich gegijzeld

door de zwaartekracht

 

waar moet zij haar

lichaam anders laten

dan in de ijzige wind

 

die snoeihard snijdt

maar wel scherp luistert

naar haar gedrevenheid

 

ze wil alleen in woorden zijn

klanken zonder substantieel

weggeblazen uit dove oren

 

dan voelt zij een omhelzing

van wie doet er niet toe

blanco aantrekkingskracht

zet haar weer op vastigheid

 

 

1-3-2026


donderdag 26 februari 2026

vluchtvraag

 

daarheen

 

de hand neemt haas

en hond mee op zijn vlucht

naar voren naar een veilig

land over de oceaan

maar weet nog niet aan

welke kant het leven

lachen zal

en stranden zal hij

in rietkraag of aan wallekant

 

nog vaart hun bootje over zee

en vraagt zich af

wie ze vergeten zijn

het scheepje prevelt

wat ontbreekt is slechts

in taal het antwoord

 

 

25-2-2026


maandag 23 februari 2026

steeds weer loslaten

 


herhaling

 

het gemarmerde leven

drong diep door in

de golven van het meer

weer keek hij haar na

totdat ze anders, anders

bovenkwam of toch niet

noch slapen noch treuren

leent zich uit aan

zijn vervlochten welzijn

met haar wiens meer-

minhoofd steeds kleiner

verdwijnt naar de verre

overkant in loslaattijd

 

 

20-2-2026


donderdag 19 februari 2026

bijwerking

 

schaduwzijde van een …

 

er huist een schaduw in de regen

die zich uitbreidt in gedachten

vol verwachting spreiden zij zich uit

bedekken witte wanden van het huis

 

laatste druppels lopen langs de ramen

denken klaart op door dieper voelen

in een vrediger wereld zonder nieuws

dat altijd toch een schijnvertoning is

 

langzaam vreten wormen zich diep

naar binnen in de levende materie

en tasten zomaar kleine soorten aan

 

de aaltjes exploderen zich in overvloed

ze kijken niet op een paar meer of minder

en wassen schaduwzijden van de muren

 

 

18-2-2026


maandag 16 februari 2026

even weer een witte wereld

 



adem

 

wij schrijven over het verlangen

naar heelheid met een randje

van kleurrijke witte rafels

ik knijp zacht in jouw hand je

vraagt mij niet waarom en om-

dat je dat niet deed verlang

ik meer dan ooit naar niet

afgescheidenheid en hoog gezang

dat nauwelijks te evenaren is

voor even beneemt dat onze adem

zijn we levend en dood zo goed als

op dat moment staat iemand op de rem

 

 

15-2-2026


zaterdag 14 februari 2026

staan en gaan

 


ach wat loopt zij

in de sporen van de dag

wacht nu en dan even

in de dikke modder

kijkt rond met een lach

 

ze ziet vooruit

het uitgestrekte land

vol plannen echter

met watersporen

voor haar voeten

 

terug kan alleen

haar lichaam met

de doorweekte schoenen

vol met natte aarde

in haar eigen afdrukken

 

zij zelf gaat verder

in deze grijze tijd

net als al die anderen

die rondom haar

heen en weer gaan

 

 

13-2-2026


woensdag 11 februari 2026

zal ik ...

 

hulpvaardig

 

even lichtte het leven op

bij de mandarijnenpartjes

hem in zijn handen gestopt

op een groen schoteltje

 

de geur deed hem wegdromen

naar lichte zonnige stranden

uit een vreugdevol verleden

 

het bordje zakte scheef en

de stem van de kleindochter

ontlokte een traan

‘zal ik ze voor je opeten’

 

 

24-1-2026


zondag 8 februari 2026

herinnering

 

Vandaag een krantenbericht van 4 jaar geleden. We hadden een vaste wekelijke rubriek in Groot Goeree Overflakkee.



vrijdag 6 februari 2026

doorzichtig

 

droom

 

hij ziet haar stralend voor zich

in bijna doorzichtig witte nevel

komt zij langzaam bij hem binnen

in zijn met stroop gevulde wereld

bol en goudgeel rond en rond gaat

zijn binnenwereld met haar heen

en weer is hij het die de tijd tikt

in het helder geziene droombeeld

wakker worden wil hij niet, nog niet

noch verlaat hij haar bij de deur

die open noch dicht zwaait

 

 

4-2-2026


dinsdag 3 februari 2026

krimpend geurspoor

 

de plek

 

hoe kon ik weten dat jij van rododendrons hield

er al als kind tussen speelde in opa’s park

je aan de kronkeltakken hing in een licht

jurkje en rode lakschoentjes

nu hurk je tussen al die donkere takken

in jouw veel te donkerblauwe outfit

zie ik eigenlijk alleen jouw zwevend hoofd

met blonde haren – en lachende gebaren

wij laten hier een krimpend geurspoor achter

deze herinneringsplek ruikt nu al veel te zuur

te vies naar stinkend golvend havenwater

waarin wij drijvend tussen olieblikken

roestig stukslaan tegen de kademuur

een felle lichtstraal valt naar binnen

voor mijn ogen wordt het rood

 

 

3-2-2026


zondag 1 februari 2026

PaZ en schemering

 


Gisteren mocht ik het slotwoord uitspreken bij Poëzie als Zeewind. Ik wees o.a. op de aanbieding voor een abonnement op o-o-go ...

En dan voor nu toch maar een gedicht erbij:


schemering

 

hoe leeg is hij, de wandelaar met hond

hoe vult hij de compositie in mijn kijken

het met ochtendmist gevulde beeldvertoon

hoe vul je dat verder met weten van kanaal

de bietenoverslag, het natte wijde land

en dan het tijdelijke van de neveldampen

de sterren die heel ver daarboven stralen

in dat grote universum, hoe leeg is dat

 

 Bij deze foto:



28-1-2026


woensdag 28 januari 2026

schuld

 

voorspelling

 

wat gebeurt er toch met

al die niet uitgesproken woorden

die zich in je hoofd herhalen

schuldbewust als we zijn

 

ze blijven zich repeteren tot

een grotere ramp zich aandient

die het eindeloze lijden overneemt

in volle overdonderende omvang

 

het ach en wee dijt in de breedte

in meervoudige verontwaardiging

de kracht van de menigte neemt over

 

schuldgevoel kruipt in je kelder

achter aardappelen en drank

waar tijdelijk zwijgen wortel schiet

 

 

25-1-2026


zondag 25 januari 2026

lamlendigheid of lamledigheid

 


Vandaag mijn gedicht als 'gedicht van de week' bij De Reizende Dichters.

dinsdag 20 januari 2026

altijd doorgaan

 

spiegelbeeld

 

het was een pijnlijk gezicht

het masker bleef zo stil

geen wimper bewoog toch

verwachtte ze dat

 

ze keek in de spiegel naar

haar gezicht en het on-

beweeglijke vlak naast haar

wie was zij werkelijk

 

wie wilde of moest zij zijn

in deze duistere kamer

kaarslicht naast de spiegel

in deze donkere wereld

 

de tijd waarin niemand

wist hoe nu verder met

 

ze liet het masker vallen

glimlach rond haar mond

 

 

16-1-2026


zaterdag 17 januari 2026

o-o-go 73

 


In de nieuwe o-o-go staat o.a. dit gedicht van mij:


Vlekkeloos

 

De vlugge hand glijdt langs het raam

en als je even niet goed kijkt is het

vuil weg of beter uitgeveegd, verdund.

Alleen zichtbaar vanuit bepaalde hoek,

 

standpunt of hoe het licht zijn werk

doet. Altijd weer verbazingwekkend.

Hoeveel vlekken laten we onaangedaan

verpieteren op troosteloze winterdagen.

 

Dagen met toch al weinig licht en zin

om te poetsen. Meer knus naar binnen

kijken naar gelaagde visioenen van lente,

voorjaarslicht en frisse kleuren, zonder

 

sporen van ongerechtigheid rondom.

En de hand, hij poetste voort, tot dat

hij niet meer kon of ogen niets meer

zagen. Zichzelf heeft weggeveegd.

 

 

27-10-2025


donderdag 15 januari 2026

totdat

 

wit

 

zij schudt de witte lakens op

als schopt zij door de sneeuw

die deze eeuw zo overvloedig valt

 

opeens hoort zij een schreeuw

komt die van onder uit het wit

en wil dit aandacht dan van haar

 

is het bang of boos op iemand

of zomaar uit zijn slaap gehaald

beweegt daar nu wel iets of niet

 

of ligt het diep verstopt onder

de kussens, ze strijkt voorzichtig

met haar hand het laken glad

 

totdat een hand de hare vat

 

 

6-1-2026


dinsdag 13 januari 2026

Poëzieweek

 

WEES WELKOM

De Reizende Dichters zijn bijna klaar met de voorbereidingen voor Poëzie als Zeewind op 31 januari en dus is het tijd om reclame te maken:


Hopelijk komt vandaag in de kranten dit persbericht:

Metamorfose in woord en klank

Zaterdagmiddag 31 januari 2026 is er een “POËZIE ALS  ZEEWIND” in het Diekhuus te Middelharnis.

Inloop 13.30 uur aanvang 14.00 uur tot 16.00 uur.

Deze middag lezen DE REIZENDE DICHTERS een bijzonder selectie van eigen werk.

De stadsdichter van Nissewaard, Dewi van Eyk is deze middag aanwezig, zij zal o.a. haar winnend gedicht voorlezen.

De Reizende Dichters lezen ook elk een gedicht van Babs Gons, ‘De dichter Der Nederlanden’ tot en met 31-01-2026.

Haar gedichten vormen krachtige thema’s en verbindende schakels in ons programma.

Bezoekers kunnen rekenen op poëzie die beweegt, verrast en ontroert.

Muzikale omlijsting door een jong talent NANOOK uit Goedereede met gezongen gedichten uit eigen werk. 


PROGRAMMA Poëzie als Zeewind 


13.30 inloop

14.00 opening door Ria Pollemans en Dewi van Eijk

14.05 Frouke Bienefelt

14.15 Dewi van Eijk

14.25 muziek Nanook

14.35 Sterre van Resum


14.45 pauze


15.05 Ria Pollemans

15.15 Casper Markesteijn

15.25 muziek Nanook

15.35 Dewi van Eijk

15.45 gedichten uit de canon van de Nederlandse poëzie

16.00 afsluiting middag 





zondag 11 januari 2026

het zal je maar ...

 

wit

 

zij schudt de witte lakens op

als schopt zij door de sneeuw

die deze eeuw zo overvloedig valt

 

opeens hoort zij een schreeuw

komt die van onder uit het wit

en wil dit aandacht dan van haar

 

is het bang of boos op iemand

of zomaar uit zijn slaap gehaald

beweegt daar nu wel iets of niet

 

of ligt het diep verstopt onder

de kussens, ze strijkt voorzichtig

met haar hand het laken glad

 

totdat een hand de hare vat

 

 

6-1-2026


dinsdag 6 januari 2026

sneeuwvogeltje

 


wandeling

 

soms is de weg lang

de sneeuw zwaar

wil je net als je broertje

gedragen worden op de

schouders van je moeder

 

waarom is daar geen

plek voor twee …

en waarom loopt zij

zo snel door …

 

mamma lacht er vliegt

net een sneeuwvogeltje

op haar neus

 

kom we rennen

nog een stukje

 

de sneeuw kraakt

 

 

5-1-2026


zondag 4 januari 2026

hagel en

 

ijskristallen

 

de zee stroomt langs de binnenkant

van mijn vel – er buiten slechts wind

in mijn hoofd borrelen zandkorrels

het lijkt daar wel een schijnwoestijn

 

bij elke stap rollen korrels door elkaar

gedachten tuimelen over elkaar heen

de veelheid is legio, steeds nieuw

steeds hetzelfde net iets anders

 

de zee woelt golven en wind stormt

mijn vel vervalt, glijdt uit zich weg

uitzicht is weg, streeploze horizon

zand schuurt, breekt en valt diep

ik hul mij dieper in kosmische nevel

 

 

3-1-2026


vrijdag 2 januari 2026

beetje te laat

 

kleine wonderen

 

even een dikke hommel aan

de andere kant van het raam

even daarna realiseer ik mij

het is 28 december

dan vliegt een merel

de tuin in en uit

een zwarte met hier en daar

witte veren – geen zonnevlekken

welk klein wonder volgt …

 

 

Al mijn bloglezers wens ik

een voorspoedig 2026

 

leven is poëzie

vol gedachten en gevoelens

alles kom je er in tegen

ook jij en mij