wolken boven mij
waar zijn wij niet allemaal
ik boven wolken
wie is wie
in een mens leven allerlei organen
stuk voor stuk en met elkaar
de een noodzakelijk voor de ander
hoe leven ze met gemis – nog door
al die cellen delen vermenigvuldigen
weten wat te doen en beschikken
over onverklaarbaar geheugen
vel houdt alles netjes binnen
in de eigen ego-wereld die
meestal zegt: ik ben dit lichaam
maar is dat wel zo
is die ik wel gevangen in een lijf
of is dat een conventionele afspraak
in de illusie van de tijd
27-3-2026
zijn
wat blijft wanneer
het ego oplost
als een ziekte
een vreemde
in woorden
zonder betekenis
de woorden
krimpen tot
stamelen
in klanken
met kleuren
van regenbogen
kleur verdwijnt
als spectrum
in transparantie
ver uitstralende
substantie
in talloze ego’s
25-3-2026
de storm is heel stil
Voor de berken beuken eiken Linden
vertonen zo nu en dan
de bezoekers treintjesgedrag
waar maar niet van afgeweken
allen zijn heel aimabel
alleen de portretten waarnaar
ze kijken lijken doordrammers
in hun stille lijsten
soms is stilstaan een vooruitgang
een enkeling ligt op de grond bij Cattelan
loopt door Serra, telt Marinarijst
of verbaast zich bij Kapoor
en dan, dan verdrinkt iemand
in een zelfportret van Claire Tabouret
steekt nog even een hand
omhoog – ik zie het
18-3-2026
wie?
verslingerd in gebogen takken
ligt zijn gewond hart en zijn gevoel
streelt stekelige lange doornen
maar waar ben jijzelf gebleven
verborgen tussen blaren en bladeren
ligt zijn bewolkte rede en zijn verstand
vertelt opnieuw een bleke afslagleugen
maar waar ben jijzelf gebleven
verwrongen in een spiegelbeeld
kijken groene irissen naar doffe ogen
ligt de glans in zilverfolie of in goud
maar waar ben jijzelf gebleven
verlegen ligt het magere naakte lijf
op bed onder het rozerode laken
voelt eenzelfde lichaam naast zich
ben jij dat … of ben ik dit
13-3-2026
vertrek-tijd
hij laat haar leven
achter zich, vertrekt
zelf naar elders
zij laat zijn leven
achter in waar dan ook
blijft verstild zitten
hij laat haar leven
kiest zelf anders
voor onsterfelijkheid
zij laten elkaar
gaan of blijven
waar het hun zint
zinderend van geluk
bekijken ze hun vertrek
hier en daar
23-2-2026
het veld en de kenner van het veld
waar is het bevrijdend licht
waar het zicht op vooruitgang
hij ziet toekomstige nood
en de noodzaak op verbinding
die je wel/niet volstort
met pluggen en cement
waarom willen we toch
blijven groeien naar groter
wees toch tevreden met minder
en hinder elkaar niet
in de ruimte die je inneemt
maar beperk die wel
blij blijven met klein geluk
weet dat je leeft op een vulkaan
die eeuwig geeft en neemt
zo is het altijd geweest
en zo zal het altijd zijn
waar is een zekere uitvlucht
waar in dit aardse bestaan
8-3-2026
sterren
zat ik ooit bij vader of moeder
achterop de fiets …
geen herinneringen
zouden ze de weg geweten hebben
leefden ze in een doolhofspel
vol vijanden en afslagen
waarom (vroeg ik dat nooit)
accepteerde ik alles zonder vragen
leefde ik wel in hun wereld
of kwamen zij voor in de mijne
hielden zij rustig koers
ook al wist ik niet waarheen
ach, schrijf nu maar hun sterren
uit de melkweg naar beneden
3-3-2026
heling
het is guur gemberweer
en zij voelt zich gegijzeld
door de zwaartekracht
waar moet zij haar
lichaam anders laten
dan in de ijzige wind
die snoeihard snijdt
maar wel scherp luistert
naar haar gedrevenheid
ze wil alleen in woorden zijn
klanken zonder substantieel
weggeblazen uit dove oren
dan voelt zij een omhelzing
van wie doet er niet toe
blanco aantrekkingskracht
zet haar weer op vastigheid
1-3-2026