kapellicht
wie steekt hem aan
wie dooft hem later
die blanke kerkkaars
handen en mond
prevelen er woorden bij
zachte zoete woorden
zonder zoete vragen
even dichtbij de doden
niets is hier verboden
woorden komen, worden
opgenomen in de vlam
branden de klanken op
nadat de prevelaar vertrok
onder de toeziende blik
van de geschilderde Maria
bestaan de woorden zolang
vlam, lont en parafine
elkaar omarmen
daarna leven de klanken
nog voort in de herinnering
in Moeders glimlach
… tot een volgende keer …
20-9-2026




