zo stiller dan stil
tussen kleef- en fluitekruid
en look zonder look
zucht
het is niet dat hij het ontkennen wil
de geladenheid van 4 mei
daar houdt hij gewoon niet van
hij gedenkt de doden en de goden
op een andere manier
en is stil voor het welzijn van iedereen
die verbinding tussen allen
in tijd en ruimte van deze omwenteling
inspanning is te leveren
om te ontspannen
4-5-2026
beeld in beeld
liever schrijft hij een gedicht
waarin je lang naar haar droevig
dromerig gezicht kijkt en dan
uiteindelijk valt er een traan
over haar wang uit een oog
langzaam veegt ze hem weg
maar is het wel een gedicht
of schrijft hij een scenario
voor een film en moet de zij
nog worden gecast – wie zal
haar later echt gaan spelen
veel keren die scene overdoen
en welk publiek kijkt of leest
voelt een, een verdriet in zich
bij lezen of zien onder welke
omstandigheden en met wat
voor herinnering en associatieve
voorstelling wordt pijn omkleed
hoe lang mag het beeld zich
vastzetten – wat is dat beeld
welke spiegel houdt het vast
1-5-2026
knalgeel kijk,
daar loopt een paardenbloem met zijn hond
over de pas gemaaide berm
de hond is gewoon dom
maar paardenbloemen zijn slim
in het maaiveld blijven ze zo laag mogelijk
kunnen ze toch nectar geven
aan hommelus en andere hommels
en uitbloeien
ik vlecht een luchtig lot om jouw bol
25-4-2026
weeklacht
de schijnbare doelloosheid van het leven
liet hem niet met rust
hij deed maar
wat er bij hem opkwam, altijd herrie
lawaai in alle klanken gonsde in hem
alsof de wereld niet buiten maar binnen
in hem woonde met al dat echte vechten
dat vloeken en dat schreeuwen dat
plengen en dat plonsen in volle klinkers
ach, was ik maar anders, zonder heelal
met tollende planeten, eindeloze banen
al die Sirenen in mijn hoofd verdoven
de lange weg, de trage wil, het uitglijden
19-4-2026
vieren
de slingers waren vorig jaar al weggestopt
in een doos om te vergeten waar die stond
ze dacht er al nooit meer aan zelfs nu niet
terwijl ze bladeren neerlegde in een cirkel
op de picknicktafel aan de rand van het bos
aan tafel gezeten nodigde ze iedereen uit
kom, kom toch mee-eten en het leven vieren
maar er kwam niemand, zelfs geen vlinder
zo bleef ze eenzaam zitten en legde haar
hoofd op haar armen en sloot haar ogen
de herfstwind voelde zich wel uitgenodigd
liet haar haren flink wapperen en veegde
de bladercirkel van de houten bostafel
toen zette hij een taart met kaarsjes neer
en opende zij haar droeve ogen en mond
hoe zij ook blies, de kaarsjes doofden niet
16-4-2026
Morgen lees ik een aantal gedichten bij Poëzie als Zeewind in het Watersnoodmuseum bij het thema 'tussen de golven'. Het belooft een mooie middag te worden, met bijzondere dichters en bijzondere muziek.
Rob Haster (de organisator van de middag) zette mij nog even in het zonnetje op De Reizende Dichters | Facebook