schaduwspiegeling
zondag 5 april 2026
donderdag 2 april 2026
eigenlijk voor gisteren
veronderstel … 1 april 1928
op een niet zo mooie dag
zat ik in een klein café
in een stinkende straat
van een onbekende stad
de cafébaas was behoorlijk nors
maar zijn koffie redelijk goed
bij het beslagen raam zaten
een paar bezoekers te kaarten
plots staakten zij hun spel
en keken naar buiten
waar twee schimmen
met elkaar vochten
ik dacht aan bullebijters
even later werd er weer
doorgekaart en bestelde
ik een mineraalwater
zouden ze nog komen
die vrienden van mij
of waren ze al opgepakt
en voorgoed vertrokken
hoelang zat ik daar
nu al met inmiddels
een derde pul bier
te kijk en te wachten
de sigarettenrook en
de drank benevelden
mijn gesteldheid, waarom
hadden we hier afgesproken
30-3-2026
zondag 29 maart 2026
zaterdag 28 maart 2026
wat of ...
wie is wie
in een mens leven allerlei organen
stuk voor stuk en met elkaar
de een noodzakelijk voor de ander
hoe leven ze met gemis – nog door
al die cellen delen vermenigvuldigen
weten wat te doen en beschikken
over onverklaarbaar geheugen
vel houdt alles netjes binnen
in de eigen ego-wereld die
meestal zegt: ik ben dit lichaam
maar is dat wel zo
is die ik wel gevangen in een lijf
of is dat een conventionele afspraak
in de illusie van de tijd
27-3-2026
woensdag 25 maart 2026
is het wel helder
zijn
wat blijft wanneer
het ego oplost
als een ziekte
een vreemde
in woorden
zonder betekenis
de woorden
krimpen tot
stamelen
in klanken
met kleuren
van regenbogen
kleur verdwijnt
als spectrum
in transparantie
ver uitstralende
substantie
in talloze ego’s
25-3-2026
donderdag 19 maart 2026
museumbezoek
de storm is heel stil
Voor de berken beuken eiken Linden
vertonen zo nu en dan
de bezoekers treintjesgedrag
waar maar niet van afgeweken
allen zijn heel aimabel
alleen de portretten waarnaar
ze kijken lijken doordrammers
in hun stille lijsten
soms is stilstaan een vooruitgang
een enkeling ligt op de grond bij Cattelan
loopt door Serra, telt Marinarijst
of verbaast zich bij Kapoor
en dan, dan verdrinkt iemand
in een zelfportret van Claire Tabouret
steekt nog even een hand
omhoog – ik zie het
18-3-2026
woensdag 18 maart 2026
wie?
verslingerd in gebogen takken
ligt zijn gewond hart en zijn gevoel
streelt stekelige lange doornen
maar waar ben jijzelf gebleven
verborgen tussen blaren en bladeren
ligt zijn bewolkte rede en zijn verstand
vertelt opnieuw een bleke afslagleugen
maar waar ben jijzelf gebleven
verwrongen in een spiegelbeeld
kijken groene irissen naar doffe ogen
ligt de glans in zilverfolie of in goud
maar waar ben jijzelf gebleven
verlegen ligt het magere naakte lijf
op bed onder het rozerode laken
voelt eenzelfde lichaam naast zich
ben jij dat … of ben ik dit
13-3-2026



