dinsdag 3 februari 2026

krimpend geurspoor

 

de plek

 

hoe kon ik weten dat jij van rododendrons hield

er al als kind tussen speelde in opa’s park

je aan de kronkeltakken hing in een licht

jurkje en rode lakschoentjes

nu hurk je tussen al die donkere takken

in jouw veel te donkerblauwe outfit

zie ik eigenlijk alleen jouw zwevend hoofd

met blonde haren – en lachende gebaren

wij laten hier een krimpend geurspoor achter

deze herinneringsplek ruikt nu al veel te zuur

te vies naar stinkend golvend havenwater

waarin wij drijvend tussen olieblikken

roestig stukslaan tegen de kademuur

een felle lichtstraal valt naar binnen

voor mijn ogen wordt het rood

 

 

3-2-2026


zondag 1 februari 2026

PaZ en schemering

 


Gisteren mocht ik het slotwoord uitspreken bij Poëzie als Zeewind. Ik wees o.a. op de aanbieding voor een abonnement op o-o-go ...

En dan voor nu toch maar een gedicht erbij:


schemering

 

hoe leeg is hij, de wandelaar met hond

hoe vult hij de compositie in mijn kijken

het met ochtendmist gevulde beeldvertoon

hoe vul je dat verder met weten van kanaal

de bietenoverslag, het natte wijde land

en dan het tijdelijke van de neveldampen

de sterren die heel ver daarboven stralen

in dat grote universum, hoe leeg is dat

 

 Bij deze foto:



28-1-2026


woensdag 28 januari 2026

schuld

 

voorspelling

 

wat gebeurt er toch met

al die niet uitgesproken woorden

die zich in je hoofd herhalen

schuldbewust als we zijn

 

ze blijven zich repeteren tot

een grotere ramp zich aandient

die het eindeloze lijden overneemt

in volle overdonderende omvang

 

het ach en wee dijt in de breedte

in meervoudige verontwaardiging

de kracht van de menigte neemt over

 

schuldgevoel kruipt in je kelder

achter aardappelen en drank

waar tijdelijk zwijgen wortel schiet

 

 

25-1-2026


zondag 25 januari 2026

dinsdag 20 januari 2026

altijd doorgaan

 

spiegelbeeld

 

het was een pijnlijk gezicht

het masker bleef zo stil

geen wimper bewoog toch

verwachtte ze dat

 

ze keek in de spiegel naar

haar gezicht en het on-

beweeglijke vlak naast haar

wie was zij werkelijk

 

wie wilde of moest zij zijn

in deze duistere kamer

kaarslicht naast de spiegel

in deze donkere wereld

 

de tijd waarin niemand

wist hoe nu verder met

 

ze liet het masker vallen

glimlach rond haar mond

 

 

16-1-2026


zaterdag 17 januari 2026

o-o-go 73

 


In de nieuwe o-o-go staat o.a. dit gedicht van mij:


Vlekkeloos

 

De vlugge hand glijdt langs het raam

en als je even niet goed kijkt is het

vuil weg of beter uitgeveegd, verdund.

Alleen zichtbaar vanuit bepaalde hoek,

 

standpunt of hoe het licht zijn werk

doet. Altijd weer verbazingwekkend.

Hoeveel vlekken laten we onaangedaan

verpieteren op troosteloze winterdagen.

 

Dagen met toch al weinig licht en zin

om te poetsen. Meer knus naar binnen

kijken naar gelaagde visioenen van lente,

voorjaarslicht en frisse kleuren, zonder

 

sporen van ongerechtigheid rondom.

En de hand, hij poetste voort, tot dat

hij niet meer kon of ogen niets meer

zagen. Zichzelf heeft weggeveegd.

 

 

27-10-2025


donderdag 15 januari 2026

totdat

 

wit

 

zij schudt de witte lakens op

als schopt zij door de sneeuw

die deze eeuw zo overvloedig valt

 

opeens hoort zij een schreeuw

komt die van onder uit het wit

en wil dit aandacht dan van haar

 

is het bang of boos op iemand

of zomaar uit zijn slaap gehaald

beweegt daar nu wel iets of niet

 

of ligt het diep verstopt onder

de kussens, ze strijkt voorzichtig

met haar hand het laken glad

 

totdat een hand de hare vat

 

 

6-1-2026