helaas vuil water
in de sloot en op het land
helaas stop helaas
sterren
zat ik ooit bij vader of moeder
achterop de fiets …
geen herinneringen
zouden ze de weg geweten hebben
leefden ze in een doolhofspel
vol vijanden en afslagen
waarom (vroeg ik dat nooit)
accepteerde ik alles zonder vragen
leefde ik wel in hun wereld
of kwamen zij voor in de mijne
hielden zij rustig koers
ook al wist ik niet waarheen
ach, schrijf nu maar hun sterren
uit de melkweg naar beneden
3-3-2026
heling
het is guur gemberweer
en zij voelt zich gegijzeld
door de zwaartekracht
waar moet zij haar
lichaam anders laten
dan in de ijzige wind
die snoeihard snijdt
maar wel scherp luistert
naar haar gedrevenheid
ze wil alleen in woorden zijn
klanken zonder substantieel
weggeblazen uit dove oren
dan voelt zij een omhelzing
van wie doet er niet toe
blanco aantrekkingskracht
zet haar weer op vastigheid
1-3-2026
daarheen
de hand neemt haas
en hond mee op zijn vlucht
naar voren naar een veilig
land over de oceaan
maar weet nog niet aan
welke kant het leven
lachen zal
en stranden zal hij
in rietkraag of aan wallekant
nog vaart hun bootje over zee
en vraagt zich af
wie ze vergeten zijn
het scheepje prevelt
wat ontbreekt is slechts
in taal het antwoord
25-2-2026
herhaling
het gemarmerde leven
drong diep door in
de golven van het meer
weer keek hij haar na
totdat ze anders, anders
bovenkwam of toch niet
noch slapen noch treuren
leent zich uit aan
zijn vervlochten welzijn
met haar wiens meer-
minhoofd steeds kleiner
verdwijnt naar de verre
overkant in loslaattijd
20-2-2026
schaduwzijde van een …
er huist een schaduw in de regen
die zich uitbreidt in gedachten
vol verwachting spreiden zij zich uit
bedekken witte wanden van het huis
laatste druppels lopen langs de ramen
denken klaart op door dieper voelen
in een vrediger wereld zonder nieuws
dat altijd toch een schijnvertoning is
langzaam vreten wormen zich diep
naar binnen in de levende materie
en tasten zomaar kleine soorten aan
de aaltjes exploderen zich in overvloed
ze kijken niet op een paar meer of minder
en wassen schaduwzijden van de muren
18-2-2026
wij schrijven over het verlangen
naar heelheid met een randje
van kleurrijke witte rafels
ik knijp zacht in jouw hand je
vraagt mij niet waarom en om-
dat je dat niet deed verlang
ik meer dan ooit naar niet
afgescheidenheid en hoog gezang
dat nauwelijks te evenaren is
voor even beneemt dat onze adem
zijn we levend en dood zo goed als
op dat moment staat iemand op de rem
15-2-2026