de plek
hoe kon ik weten dat jij van rododendrons hield
er al als kind tussen speelde in opa’s park
je aan de kronkeltakken hing in een licht
jurkje en rode lakschoentjes
nu hurk je tussen al die donkere takken
in jouw veel te donkerblauwe outfit
zie ik eigenlijk alleen jouw zwevend hoofd
met blonde haren – en lachende gebaren
wij laten hier een krimpend geurspoor achter
deze herinneringsplek ruikt nu al veel te zuur
te vies naar stinkend golvend havenwater
waarin wij drijvend tussen olieblikken
roestig stukslaan tegen de kademuur
een felle lichtstraal valt naar binnen
voor mijn ogen wordt het rood
3-2-2026



