maandag 28 september 2026

Aurora

 

dit veld

 

ik zag haar lopen in dat veld

als een stralend scherpe schim

bleef ik haar volgen of keerde

zij zich naar mij om

smolten wij weg van of in elkaar

was dat een verschil

in veld of tijdelijkheid

een vreugdesteek viel in mij neer

een zalig ontwaken

de dag begint

ik kus Aurora op haar voorhoofd

 

 

27-9-2026


zondag 27 september 2026

melkmeiden

 



liggende melkmeiden

 

klodders bruinzwartwitte vlekken

lichtreflecties als op een schilderij

van Willem Maris

het vee ligt … te herkauwen

net stond de laatste nog, maar

die is gaan liggen toen ik de foto nam

 

eensgezind malen ze hun afgescheurd gras

in zusterlijke verbroedering

 

 27-9-2026

zaterdag 26 september 2026

denken en kijken

 

peinzend naar buiten kijken

 

ik sta voor het raam en denk aan degenen

die 60 jaar zijn getrouwd en geen bezoek

meer krijgen van de burgemeester

en hoe verdeeld de raad daarover is

ik las het net als nieuws op de NOS-app

 

ondertussen komt er van alles voorbij

een meisje dat met losse handen fietst

een skater zonder kniebeschermers

een oude man met handen aan het stuur

een racefietser zwaar voorover gebogen

 

twee hiervan op het fietspad

de anderen op de autoweg

van rechts naar links en andersom

geen gedachten meer aan oude stellen

en burgemeester wel/niet op de koffie

 

als ik dit niet gauw opschrijf

is het alsof ze niet voorbijkwamen

het leek allemaal net geregisseerd

hopelijk komen de weggebruikers goed weg

tussen de coulissen buiten mijn blikveld

 

 


26-9-2026


vrijdag 25 september 2026

mogelijk te laat

 

grensgeval

 

de al tijden verlaten speeltuin ligt grauw

tussen de hoge bomen in de oude wijk

waar je nauwelijks nog jong en kind

kan zijn – al die krauwende eksters

 

mieserregen drupt gestaag neerslachtig

op de vermolmde schommels en de wippen

herfstbladeren liggen naast de wipkippen

als klodders gele verf in ’t gras gesmeten

 

hier huist vroom goed zowel als kwaad

ouders roep de jeugd toch binnen

buiten is het vast te laat, te laat

 

om nog iets zelf te vinden met een beetje glans

maar als de weergoden het nu beschikken

krijg je hier, ik zeg het snel, een omslagkans

 

 

25-9-2026


zondag 20 september 2026

zondaggedicht

 


kapellicht

 

wie steekt hem aan

wie dooft hem later

die blanke kerkkaars

handen en mond

prevelen er woorden bij

 

zachte zoete woorden

zonder zoete vragen

even dichtbij de doden

niets is hier verboden

 

woorden komen, worden

opgenomen in de vlam

branden de klanken op

nadat de prevelaar vertrok

 

onder de toeziende blik

van de geschilderde Maria

bestaan de woorden zolang

vlam, lont en parafine

elkaar omarmen

 

daarna leven de klanken

nog voort in de herinnering

in Moeders glimlach

… tot een volgende keer …

 

 

20-9-2026 


maandag 14 september 2026

wat zien we van elkaar

 


wie waren zij … wel niet

 

haar ronde vormen waren aan de rand

zo onnatuurlijk vierkant

wel gek dat hij dit niet veel eerder zag

 

het lag waarschijnlijk aan het witte wit

van ochtendmist dat haar omhulde

verlopend naar geel-grijs en indigo

 

waarin zij o, zo onbespied verdwijnt

in het verdorde hoge gras, de zuring

zware uren duren niet meer in haar

 

hij tuurde haar verschijning na

en schuifelde traag een wijle verder

vergeten beklijfde hem al bijna

 

onheil kruipt achter wenkbrauwen

maar kan de weg naar het heilzame

hart voorlopig nog wel niet vinden

 

 

12-9-2026


vrijdag 11 september 2026

afwisseling

 

de zon regent

 

de zon regent even achter

donkere wolken tevoorschijn

onmiddellijke koestering

 

glinsteringen in de plassen

en de druppels op vrouwenmantel

verdampen langzaamaan

 

meteen fladderen

de najaarsvlinders

koolwitje en atalanta

 

warmen we ons weer op

want later zitten we terug

in de schaduw van grote grijze wolken

 

 

9-9-2026