weeklacht
de schijnbare doelloosheid van het leven
liet hem niet met rust
hij deed maar
wat er bij hem opkwam, altijd herrie
lawaai in alle klanken gonsde in hem
alsof de wereld niet buiten maar binnen
in hem woonde met al dat echte vechten
dat vloeken en dat schreeuwen dat
plengen en dat plonsen in volle klinkers
ach, was ik maar anders, zonder heelal
met tollende planeten, eindeloze banen
al die Sirenen in mijn hoofd verdoven
de lange weg, de trage wil, het uitglijden
19-4-2026








.jpg)







