Ik had hem hier al eerder geplaatst, maar nu als 'gedicht van de week'.
De Reizende Dichters zijn (altijd) op zoek naar nieuwe leden ... dus als er dichtersbloed door jouw aderen vloeit kom er bij - meld je bij oogo@dereizendedichters.nl
Ik had hem hier al eerder geplaatst, maar nu als 'gedicht van de week'.
De Reizende Dichters zijn (altijd) op zoek naar nieuwe leden ... dus als er dichtersbloed door jouw aderen vloeit kom er bij - meld je bij oogo@dereizendedichters.nl
zomer
de zomer is droog, onder de bomen
lijkt het herfst, veel blad is gevallen
de zomer is heet, onder de bomen
is het nog koel, toch zwetende lijven
de zomer is lang, onder de bomen
vliegen libellen, op zoek naar prooi
het gras is gemaaid, veel te kort voor
kleine beesten in soorten en maten
het gras is geel en veel te kort
het leefgebied weggemaaid
water is ver weg, het land verdroogt
dijken scheuren, aarde krimpt
ook dit gaat voorbij, net als een winter
met dichtgevroren rivieren
24-7-2026
ochtendnuance
waar kan het leven al niet over zeuren
en wat te doen als het einde geen eind heeft
het begin niet echt begint maar al begonnen is
voor je er erg in had, vervormde herinnering
soms kijk je over je schouder vooruit
dan weer lekken dromen in het vooruitzicht
staat er gelukkig niets je in de weg
en maakt een spiegelbeeld je wakker
want even dat intense licht in die herkenning
het merkt je vrij van dubbelheid, de onzin
waar je zomaar tegenaan zou lopen, wetend
dat gedachten pijnlijker zijn dan het fysieke beeld
waar brengt de rusteloosheid je heen
en weer trilt het leven in de botten van jouw benen
zwemmen dan maar en diep duiken tussen
dieren en wieren langs jouw vloedlijnen
19-7-2026
De Dood Roept
zijn handen vonden slechts schaduw
de wind blies er tranen doorheen
hun stemmen verstilden de ruimte
veiligheid was ver te zoeken
het was een tijd van zwijgen, verraden
en verraden te worden – onbekend
leugens bouwden het systeem op
dat het ooit zo ver kon komen
muren luisterden mee en de lamp
bleef maar knipperen – waarom
dan bleef het dagen nacht
geluiden en sterren te ver weg
als slot valt het schot
15-7-2026
n.a.v. de film Nahschuss (close-up)
moeder natuur
natuurlijke wet
of natuurlijk weten
moeder natuur bepaalt
en verhaalt over leven
dat beweegt van geboorte naar dood
in mensentaal beschreven
op ervoor of erna schijnt geen licht
daar ligt een geheim
in het rijk van mythen en sagen
met meer vragen dan antwoorden
in woorden kunnen zeggen
zij mediteert
op de grens van blauw en goud
en bepaalt de wet
10-7-2026
eens toen wij
jaagden
in het koele volle maanlicht
steken witte berkenstammen
in het diep donker bos
af lijkt zo het licht te zijn
wij zoeken geen weerwolven
maar naast herten en zwijnen
zien wij meer wolven hier
dan er hier ooit waren
wij richten onze pijlen op
de dieren maar schieten
ze niet in hun zachte vachten
af lijkt zo het licht te zijn
in het diep donker bos
steken witte berkenstammen
in het koele volle maanlicht
zijn wij ook op zoek
6-7-2026
Vanmiddag lezen De Reizende Dichters bij Hai Sai Sommerdiek. Zelf zal ik in het eerste en derde blok lezen o.a. uit: ‘onder alle omstandigheden’
keer op keer
schrijft dit gedicht nog een verhaal
verhaalt mijn donker nog jouw licht
zwicht ik nog voor dit gezicht
of taal ik niet meer naar jouw taal
goud waard is jouw teer gewicht
gewichtig steeds weer pracht en praal
hartstochtelijk zeer is echt mijn kwaal
maar keer op keer voel ik de plicht
jou te bezingen – uit te dichten
met klanken die ik draai en maal
onze glorie met glans verlichten
terwijl ik in jouw gloed verdwaal
verzinsel
het is alsof ik in een spiegel kijk
met niets er voor en niets er achter
ik
kijk en wacht er
tot
ik wijk
van plaats in vrij zijn van
en
dan
dan open ik dit universum snel
zie het decor van sterren en planeten
met vogels, vissen, spinnen en neten
en denk in onuitgesproken woorden
is dit het nu
geworden
ach ja, zo kan het wel
27-6-2026
de haiku gaat niet over de 5 groene spechten die voor mij op de stoep zaten tijdens mijn ochtendwandeling
ook regen bleef uit
al was het maar een spatje
gras in ochtendlicht
27-6-2026
junihitte
waar kan het anders over gaan
dan over warmte – de hittegolf
die mensen afwezig laat staan
of zitten en dieren laat slapen
zo slijten we uren onder een stolp
leven vermetel voort in een waan
van smelten, ijsjes en gapen
voor we naar de barrebiesjes gaan
maar als uit de hete hel herrezen
ijlen we voort op bliksem en donder
langs wolkenfoto’s – code geel
en als we toch nog heel erg vrezen
dringt hoop naar binnen op een wonder
of is dàt nu net weer wat te veel
22-6-2026
de schijnwerper
als je werkelijk goed
om je heen kijkt
zie je dat alles
decor is, gekleurd
met pigmenten
vanuit een landschap
van enkel licht
de schijnwerkelijkheid
17-6-2026
zwijgen spreken zwijgen
mijn zwijgen is voor jou
die geen begin noch einde heeft
mijn woorden voor geliefden
waarmee ik schatten deel
taal spreek en schrijf
omdat ik het niet kan laten
te delen in klanken
woorden die tot zwijgen leiden
13-6-2026
niet alleen in tijden van dementie
in slaap gesukkeld in een luie stoel
of even je geheugen kwijt, hoe heet …
waar heb ik toch de sleutels gelegd
als alles bijna is verroest of
hadden wij al een afspraak gemaakt
wat is dan een geliefde vol van liefde
vol van passie of creatiedrang
steeds zorgend voor aandachtig er zijn
voor jou in tweezaamheid aanwezig
voor als je er even niet meer bent
13-6-2026
het geheim van …
er vaart een vlugschrift door de vaart
vluchtig kijken we het na als een banaal
schouwspel in beweging met verdrinkende woorden
leest het water wat in lijnen gedrukt staat
verzamelt het al die uitgestrooide woorden
in de wieren en algen die ze schijnbaar eten
zal eens het water alle woorden wegspoelen
de inkt vermengen met de vissen
die later, dan onze woorden zullen spreken
12-6-2026
aan gene zijde
hij woog zijn woorden
en droogde ze terdege af
nog lieten de talen
hem niet in de steek
en stond hij zelfverzekerd
tussen hem en haar
nu zijn die sprekers
weggelopen en staart
hij beiden zorgvol na
wat ging er mis, legde
hij iets niet goed uit
was het soms daarom
of was er gewoon
niets meer te zeggen
want waar het echt
over ging is kwijtgespeeld
in hetzelfde luchtledige
waarin hij zich nu bevindt
8-6-2026
zij
zij klinkt haar wortels
en het familieleven
ging en gaat maar door
met en zonder haar
zij klinkt haar wonden
zonder angst voor
doodsverwachting
verachting kan later
zij klinkt haar woorden
pure poëtische klanken
samen met de wijn
uit een gouden gifbeker
6-6-2026
retrospectie
waar ligt het leven te slapen
in rechte lijn en trapezium vlak
tussen drie- of vierdimensionaal
en wordt het wakker in trouw
aan maat en regelmaat
drinkt het bier met alcohol
in een kleine uithoek en ziet
beelden nuchter dubbel
1-6-2026
Een poëtische mix van mijn belevenissen in Millingen (22-26 mei) en het uitlezen van Caesarion van Tommy Wieringa over een zoon en zijn moeder met kanker. Daarna begon ik aan De dood en de tuinman van Georgi Gospodinov over een zoon en zijn vader met kanker ... Een beetje veel zo vlak achter elkaar en dus legde ik dat boek na de eerste hoofdstukken nog even weg.
mix 1
een schaduwwolk van aquamarijn en rozemarijn
gleed geurend zacht over de woestijn
er woei allerlei plastic over de weg
dat hangen bleef tussen de struiken
ze waren verder van elkaar verwijderd
in gedachten dan eerder gevoeld
bij elkaar blijven was geen optie meer
geluk zweefde stil van hen weg
zij deed een poging een stok op te rapen
maar liet hem toch maar liggen en
liep verder tussen de tafeltjes door
met de vraag wie mee wilden wandelen
bevond hij zich nu aan de Rijn of Donau
en in welk jaargetijde was hij geland
verschillende moeders keken hem aan
welk jaar … was het voor of na de oorlog
mix 2
wat zal hij zeggen
over de warmte van de dag
de glimlach in haar ogen
met streepjes rondom
hij ziet de verschroeide huid
geloogd door de tijd
de hete lucht en de wind
het haar een borstel gelijk
ze kijkt mededogend
en vertelt over heelheid
verwonderd sjamaangedrag
hij is echter geen sanyasin
haar volle leven past
niet bij het lege zijne
maar wie vertelt het haar
nu zij nog verliefd zijn
mix 3
hij legde zijn hoofd in
de borstzak van zijn overhemd
en deed zijn handen op zijn rug
zo sliep hij een gat in de dag
en voor de feestverlichting
aanging dook hij onder
in kristal helder zeewater dat
het hemd van zijn lijf trok
vissen zwommen om hem heen
de boot dobberde verder de zee op
het hemd spoelde naar de kust
later lag het op het kiezelstrand
een meisje wrong het uit
en legde het te drogen
ze kreeg een stil vermoeden
over de wonderlijke eigenaar
mix 4
met roze en ivoorwitte
rokjes bloeien de digitalissen
aan de overkant
deze rokjes zijn voor elfjes want
mensen dragen ze niet
terwijl deze dagen
er toch mooi genoeg voor zijn
mix 5
ook dit hotel snakt naar aandacht
personeel is jong en aardig
op hun eigen manier
maar de gasten zijn allen pensionado’s
die zwijgend keuvelen in de eetzaal
onder een grijs systeemplafond
buiten staan plantenbakken
met door elkaar leven en dood
mix 6
de stilte van weinig gedachten
en de ventilator op de hotelkamer
zijn verkoelend bij bijna 30 graden
nog even voordat ik aan de bar
een eerste glas merlot helaas uit Chili
Ludwig zou daar kunnen zijn
zijn handen op de toetsen
waar ze tot rust komen
mix 7
hoelang lopen we in kringen rond
op hoge rotsen of op rechte straten
wanneer is het feest, ben je gezond
eens ben je oud …
vallen … gaten
praten lukt nog wel over weleer
de stroom gedachten is niet te stuiten
maar lopen, ach dat been doet zeer
en dus kom je maar niet meer buiten
we spelen iets als tafeltje dekje
wat is er mis met een rood vlekje
nog spoelt ze kleuren door haar haren
zullen we nog een zee bevaren
onbewust van haaien en andere gevaren
waar vindt ze toch eindelijk haar plekje
mix 8
ooit zei iemand zij is
een manipulatieve vrouw
ik maakte het mee, we gingen
op vakantie, zij was als een zus
haar gedrag was een gewoontepatroon
ik liet het gebeuren
was het een herkenning
ook mannen kunnen er wat van
hoe moeilijk is loslaten
en een eigen leven leiden
wat is normaal
in een wereld die stuk valt
waarin de zoektocht steeds
het werk laat zien
in het veld waarvan je weet
ik ben de kenner ervan
mix 9
een verblijven in het boek
en het hotel in Millingen
mixen mijn schrijfsels
degene die mij het boek gaf
las het niet uit: te veel
metaforen en te veel porno
de porno hoort er tegenwoordig bij
en de metaforen waren veel
maar meestal goed gevonden
nu liggen anderen te wachten
vaarwel mijn dierbaar Wieringa
ik denk dat ik nu naar een ander ga
mix 10
het is te warm voor wat dan ook
de rivier heb ik wel goed gezien
de huizen zijn hier net als rook
gemaaid gras geurt nog, misschien
de altijd weer even kater van het zoveelste
uitgelezen boek is al voorbij en nu al
de eerste pagina’s van het nieuwste
ze komen goed binnen, poëtisch vooral
vriend H belde net: hij verhuist morgen
van de ene Anne naar de andere, zonder zorgen
van de st Annenstraat naar de Anne Frank straat
later zal ik hem bezoeken, datum nog niet paraat
onder de ventilator boven het bed
zit ik dan toch te schrijven, dat is het
22-26 mei 2026
carpe diem
elke dag ligt er weer een wespennest
voor onze voeten om te ontwijken
ook al stappen we er langs of overheen
de wespen zoemen ons om de oren
angst is lastig te ontwijken in ruisend riet
waartussen je steeds dieper wegzakt
drukte in je hoofd luistert niet naar karekiet
en grijze lucht geeft geen richting aan
zij fladdert als een vrolijk meisje door
de uren van de dag met alles om haar heen
steken en slagen verouderen haar niet
dit leven is een en al een vreugdedans
21-5-2026
zucht
het is niet dat hij het ontkennen wil
de geladenheid van 4 mei
daar houdt hij gewoon niet van
hij gedenkt de doden en de goden
op een andere manier
en is stil voor het welzijn van iedereen
die verbinding tussen allen
in tijd en ruimte van deze omwenteling
inspanning is te leveren
om te ontspannen
4-5-2026
beeld in beeld
liever schrijft hij een gedicht
waarin je lang naar haar droevig
dromerig gezicht kijkt en dan
uiteindelijk valt er een traan
over haar wang uit een oog
langzaam veegt ze hem weg
maar is het wel een gedicht
of schrijft hij een scenario
voor een film en moet de zij
nog worden gecast – wie zal
haar later echt gaan spelen
veel keren die scene overdoen
en welk publiek kijkt of leest
voelt een, een verdriet in zich
bij lezen of zien onder welke
omstandigheden en met wat
voor herinnering en associatieve
voorstelling wordt pijn omkleed
hoe lang mag het beeld zich
vastzetten – wat is dat beeld
welke spiegel houdt het vast
1-5-2026
knalgeel kijk,
daar loopt een paardenbloem met zijn hond
over de pas gemaaide berm
de hond is gewoon dom
maar paardenbloemen zijn slim
in het maaiveld blijven ze zo laag mogelijk
kunnen ze toch nectar geven
aan hommelus en andere hommels
en uitbloeien
ik vlecht een luchtig lot om jouw bol
25-4-2026
weeklacht
de schijnbare doelloosheid van het leven
liet hem niet met rust
hij deed maar
wat er bij hem opkwam, altijd herrie
lawaai in alle klanken gonsde in hem
alsof de wereld niet buiten maar binnen
in hem woonde met al dat echte vechten
dat vloeken en dat schreeuwen dat
plengen en dat plonsen in volle klinkers
ach, was ik maar anders, zonder heelal
met tollende planeten, eindeloze banen
al die Sirenen in mijn hoofd verdoven
de lange weg, de trage wil, het uitglijden
19-4-2026
vieren
de slingers waren vorig jaar al weggestopt
in een doos om te vergeten waar die stond
ze dacht er al nooit meer aan zelfs nu niet
terwijl ze bladeren neerlegde in een cirkel
op de picknicktafel aan de rand van het bos
aan tafel gezeten nodigde ze iedereen uit
kom, kom toch mee-eten en het leven vieren
maar er kwam niemand, zelfs geen vlinder
zo bleef ze eenzaam zitten en legde haar
hoofd op haar armen en sloot haar ogen
de herfstwind voelde zich wel uitgenodigd
liet haar haren flink wapperen en veegde
de bladercirkel van de houten bostafel
toen zette hij een taart met kaarsjes neer
en opende zij haar droeve ogen en mond
hoe zij ook blies, de kaarsjes doofden niet
16-4-2026
Morgen lees ik een aantal gedichten bij Poëzie als Zeewind in het Watersnoodmuseum bij het thema 'tussen de golven'. Het belooft een mooie middag te worden, met bijzondere dichters en bijzondere muziek.
Rob Haster (de organisator van de middag) zette mij nog even in het zonnetje op De Reizende Dichters | Facebook
wandeling
zij wandelde onder verloren grond
naar de rand van het middenbos
zand en klei beschermden haar tegen
regen en wind die niet ophielden
grrr deed de vogel en prrr de kat
op veilige afstand van elkaar
ook van haar want in hun ogen
speelde conventie, instinct en angst
zij drentelde aan het tafereel voorbij
klapte in haar handen voor een oeros
die geen stap verzette, doorherkauwde
wie had het nog over regen toen zon
leven lag stil in een kuil met dood
er onder, ze keek in het spiegelend gat
en zag haar verleden voorbij gaan
verheugd liep ze de toekomst in
13-4-2026
deze dag
de dag is zo vol als hij leeg is
wandelende vrouwen in de ochtendzon
terwijl mijn koffie nog warm is
in de tuin de bloeiende botanische narcis
op tafel in een vaas hemelsblauwe
overhangende wilde hyacinten
een kruidenwandeling in eigen huis en tuin
en terwijl de wereld maar doorvecht
is hier een plek van lege volle vrede
die bedachtzaam gekoesterd wordt
8-4-2026
kom, leg mij uit
er vliegt een gedachte
naar buiten in zijn
in zijn eigenheid en
eigen omgeving om
te worden opgevangen
wie legt zijn oren te
luisteren, wie opent
zijn handen om het
liefdevol op te vangen
zonder commentaar
en kijk daar gaat het
dan weer zijn eigen
weg en wegen volgend
een baan om de aarde
lichtflits in het heelal
6-4-2026
veronderstel … 1 april 1928
op een niet zo mooie dag
zat ik in een klein café
in een stinkende straat
van een onbekende stad
de cafébaas was behoorlijk nors
maar zijn koffie redelijk goed
bij het beslagen raam zaten
een paar bezoekers te kaarten
plots staakten zij hun spel
en keken naar buiten
waar twee schimmen
met elkaar vochten
ik dacht aan bullebijters
even later werd er weer
doorgekaart en bestelde
ik een mineraalwater
zouden ze nog komen
die vrienden van mij
of waren ze al opgepakt
en voorgoed vertrokken
hoelang zat ik daar
nu al met inmiddels
een derde pul bier
te kijk en te wachten
de sigarettenrook en
de drank benevelden
mijn gesteldheid, waarom
hadden we hier afgesproken
30-3-2026
wie is wie
in een mens leven allerlei organen
stuk voor stuk en met elkaar
de een noodzakelijk voor de ander
hoe leven ze met gemis – nog door
al die cellen delen vermenigvuldigen
weten wat te doen en beschikken
over onverklaarbaar geheugen
vel houdt alles netjes binnen
in de eigen ego-wereld die
meestal zegt: ik ben dit lichaam
maar is dat wel zo
is die ik wel gevangen in een lijf
of is dat een conventionele afspraak
in de illusie van de tijd
27-3-2026
zijn
wat blijft wanneer
het ego oplost
als een ziekte
een vreemde
in woorden
zonder betekenis
de woorden
krimpen tot
stamelen
in klanken
met kleuren
van regenbogen
kleur verdwijnt
als spectrum
in transparantie
ver uitstralende
substantie
in talloze ego’s
25-3-2026
de storm is heel stil
Voor de berken beuken eiken Linden
vertonen zo nu en dan
de bezoekers treintjesgedrag
waar maar niet van afgeweken
allen zijn heel aimabel
alleen de portretten waarnaar
ze kijken lijken doordrammers
in hun stille lijsten
soms is stilstaan een vooruitgang
een enkeling ligt op de grond bij Cattelan
loopt door Serra, telt Marinarijst
of verbaast zich bij Kapoor
en dan, dan verdrinkt iemand
in een zelfportret van Claire Tabouret
steekt nog even een hand
omhoog – ik zie het
18-3-2026
wie?
verslingerd in gebogen takken
ligt zijn gewond hart en zijn gevoel
streelt stekelige lange doornen
maar waar ben jijzelf gebleven
verborgen tussen blaren en bladeren
ligt zijn bewolkte rede en zijn verstand
vertelt opnieuw een bleke afslagleugen
maar waar ben jijzelf gebleven
verwrongen in een spiegelbeeld
kijken groene irissen naar doffe ogen
ligt de glans in zilverfolie of in goud
maar waar ben jijzelf gebleven
verlegen ligt het magere naakte lijf
op bed onder het rozerode laken
voelt eenzelfde lichaam naast zich
ben jij dat … of ben ik dit
13-3-2026
vertrek-tijd
hij laat haar leven
achter zich, vertrekt
zelf naar elders
zij laat zijn leven
achter in waar dan ook
blijft verstild zitten
hij laat haar leven
kiest zelf anders
voor onsterfelijkheid
zij laten elkaar
gaan of blijven
waar het hun zint
zinderend van geluk
bekijken ze hun vertrek
hier en daar
23-2-2026
het veld en de kenner van het veld
waar is het bevrijdend licht
waar het zicht op vooruitgang
hij ziet toekomstige nood
en de noodzaak op verbinding
die je wel/niet volstort
met pluggen en cement
waarom willen we toch
blijven groeien naar groter
wees toch tevreden met minder
en hinder elkaar niet
in de ruimte die je inneemt
maar beperk die wel
blij blijven met klein geluk
weet dat je leeft op een vulkaan
die eeuwig geeft en neemt
zo is het altijd geweest
en zo zal het altijd zijn
waar is een zekere uitvlucht
waar in dit aardse bestaan
8-3-2026
sterren
zat ik ooit bij vader of moeder
achterop de fiets …
geen herinneringen
zouden ze de weg geweten hebben
leefden ze in een doolhofspel
vol vijanden en afslagen
waarom (vroeg ik dat nooit)
accepteerde ik alles zonder vragen
leefde ik wel in hun wereld
of kwamen zij voor in de mijne
hielden zij rustig koers
ook al wist ik niet waarheen
ach, schrijf nu maar hun sterren
uit de melkweg naar beneden
3-3-2026
heling
het is guur gemberweer
en zij voelt zich gegijzeld
door de zwaartekracht
waar moet zij haar
lichaam anders laten
dan in de ijzige wind
die snoeihard snijdt
maar wel scherp luistert
naar haar gedrevenheid
ze wil alleen in woorden zijn
klanken zonder substantieel
weggeblazen uit dove oren
dan voelt zij een omhelzing
van wie doet er niet toe
blanco aantrekkingskracht
zet haar weer op vastigheid
1-3-2026
daarheen
de hand neemt haas
en hond mee op zijn vlucht
naar voren naar een veilig
land over de oceaan
maar weet nog niet aan
welke kant het leven
lachen zal
en stranden zal hij
in rietkraag of aan wallekant
nog vaart hun bootje over zee
en vraagt zich af
wie ze vergeten zijn
het scheepje prevelt
wat ontbreekt is slechts
in taal het antwoord
25-2-2026
herhaling
het gemarmerde leven
drong diep door in
de golven van het meer
weer keek hij haar na
totdat ze anders, anders
bovenkwam of toch niet
noch slapen noch treuren
leent zich uit aan
zijn vervlochten welzijn
met haar wiens meer-
minhoofd steeds kleiner
verdwijnt naar de verre
overkant in loslaattijd
20-2-2026
schaduwzijde van een …
er huist een schaduw in de regen
die zich uitbreidt in gedachten
vol verwachting spreiden zij zich uit
bedekken witte wanden van het huis
laatste druppels lopen langs de ramen
denken klaart op door dieper voelen
in een vrediger wereld zonder nieuws
dat altijd toch een schijnvertoning is
langzaam vreten wormen zich diep
naar binnen in de levende materie
en tasten zomaar kleine soorten aan
de aaltjes exploderen zich in overvloed
ze kijken niet op een paar meer of minder
en wassen schaduwzijden van de muren
18-2-2026
wij schrijven over het verlangen
naar heelheid met een randje
van kleurrijke witte rafels
ik knijp zacht in jouw hand je
vraagt mij niet waarom en om-
dat je dat niet deed verlang
ik meer dan ooit naar niet
afgescheidenheid en hoog gezang
dat nauwelijks te evenaren is
voor even beneemt dat onze adem
zijn we levend en dood zo goed als
op dat moment staat iemand op de rem
15-2-2026
ach wat loopt zij
in de sporen van de dag
wacht nu en dan even
in de dikke modder
kijkt rond met een lach
ze ziet vooruit
het uitgestrekte land
vol plannen echter
met watersporen
voor haar voeten
terug kan alleen
haar lichaam met
de doorweekte schoenen
vol met natte aarde
in haar eigen afdrukken
zij zelf gaat verder
in deze grijze tijd
net als al die anderen
die rondom haar
heen en weer gaan
13-2-2026
hulpvaardig
even lichtte het leven op
bij de mandarijnenpartjes
hem in zijn handen gestopt
op een groen schoteltje
de geur deed hem wegdromen
naar lichte zonnige stranden
uit een vreugdevol verleden
het bordje zakte scheef en
de stem van de kleindochter
ontlokte een traan
‘zal ik ze voor je opeten’
24-1-2026
Vandaag een krantenbericht van 4 jaar geleden. We hadden een vaste wekelijke rubriek in Groot Goeree Overflakkee.
droom
hij ziet haar stralend voor zich
in bijna doorzichtig witte nevel
komt zij langzaam bij hem binnen
in zijn met stroop gevulde wereld
bol en goudgeel rond en rond gaat
zijn binnenwereld met haar heen
en weer is hij het die de tijd tikt
in het helder geziene droombeeld
wakker worden wil hij niet, nog niet
noch verlaat hij haar bij de deur
die open noch dicht zwaait
4-2-2026
de plek
hoe kon ik weten dat jij van rododendrons hield
er al als kind tussen speelde in opa’s park
je aan de kronkeltakken hing in een licht
jurkje en rode lakschoentjes
nu hurk je tussen al die donkere takken
in jouw veel te donkerblauwe outfit
zie ik eigenlijk alleen jouw zwevend hoofd
met blonde haren – en lachende gebaren
wij laten hier een krimpend geurspoor achter
deze herinneringsplek ruikt nu al veel te zuur
te vies naar stinkend golvend havenwater
waarin wij drijvend tussen olieblikken
roestig stukslaan tegen de kademuur
een felle lichtstraal valt naar binnen
voor mijn ogen wordt het rood
3-2-2026
Gisteren mocht ik het slotwoord uitspreken bij Poëzie als Zeewind. Ik wees o.a. op de aanbieding voor een abonnement op o-o-go ...
En dan voor nu toch maar een gedicht erbij:
schemering
hoe leeg is hij, de wandelaar met hond
hoe vult hij de compositie in mijn kijken
het met ochtendmist gevulde beeldvertoon
hoe vul je dat verder met weten van kanaal
de bietenoverslag, het natte wijde land
en dan het tijdelijke van de neveldampen
de sterren die heel ver daarboven stralen
in dat grote universum, hoe leeg is dat
28-1-2026