dinsdag 22 januari 2019

tulpentijd


tulpentijd

elk blaadje
een abstract
schilderij

terugverlangen
de periode
van oudroze
en kant
dan verder
terug naar
de tulpeneeuw
vazen vol

zo droom ik
even weg
bij de mooiste
van vandaag


22-1 





donderdag 17 januari 2019

verbeeldend zien



verbeeldend zien

de trap op het toneel leidt
naar een denkbeeldige kamer
slaapt daar een beeldschone
of een ingebeelde zieke
en wie is het, die avond
aan avond steeds die trap op-
- de deur opent en kijkt -
en afgaat, zonder tekst, alleen
met een boekdelensprekende blik
over het beeld in de coulissen
het verbeelde van de schrijver
in beeldspraak met het publiek

17-1

Bij een decortekening van mijn vader

zondag 13 januari 2019

geduld


traag stamelen
in eindeloos geduld
klinkt het lukken

het zal werken voor
de avond valt het
licht van de maan
afneemt in flauwe
vermoedens over
en weer een nacht
van wachten op
de eens zichtbare
brieven met paarse
inkt geschreven door
grootmoeder toen
hij nog maar net
het daglicht zag
want met haar
schrijven zaaide zij
rechtstreeks via de
nog open fontanel in
de nieuwe generatie

het zal lukken met
eindeloos geduld
en traag stamelen


10-1

zaterdag 5 januari 2019

DNA

In onzichtbare klankvaste boventonen
vindt een altijd durende ontmoeting
zijn omstrengelde weg door de tijd.

In verborgen kristallen ondertonen
wonen wonderlijke gedachten aan
werkelijke eeuwigheidswaarden.

Ze zijn als poëzie te beluisteren
als je voor fluisteren gevoelig bent
en niet alleen je oren openzet.

Op de snijlijn tussen niets en alles
klinkt jouw innerlijke harmonie
als een twinkelend vrij thuiskomen.


5-1

vrijdag 21 december 2018

Eilandelijk


Eilandelijk

In de tijd van rusteloos
is doelloos lopen vreugdevol.
De brug over en langs kanaal
kijken naar een loze visser,
eenden voorbij zien drijven.

Het is de tijd van rust op de akker,
van glimmende geploegde aarde,
een groene waas op andere velden.
Helden wachten, dagen, nachten.
Wie heeft hier welgedaan.

De natte dag wil nog niet dagen.
Het licht is eerder weerschijn.
Grashalmen buigen diep en
terwijl de torenklok weer slaat
maakt heilig zijn opwachting

in het plonsen door de plassen
en het barsten van de wind
in breukvlakken op het water,
met later een verloren herinnering,
een gedachte aan wat niet.

Verdriet lijkt op te springen
uit de tranen van de regen en
rustende druppels op de wangen
van hen aan weerskanten van
het matgeslagen vensterglas.

Hier draaft en druist het leven
tegen de klippen op en de woeste
branding schuimt over het zand.
Brandt op het land dat kalft
en groeit, zo een eiland betaamt.

De dijken en de herinnering
keren telkens tijdelijk het tij.
Al is het maar in de verhalen.
Een eilander is op zijn hoede
en storm maakt rusteloos.


21-12 
Dit gedicht zou ook 'Harmonie in rust en onrust' kunnen heten.



zondag 9 december 2018

Het gedicht

Een inkijkje in het proces van dichten:

Het gedicht

Het hele gedicht
dat altijd hetzelfde is
zit als ongeboren
ergens in de schrijver.
Hoofd, hart, hand
zijn woorden die heel
onzorgvuldig de plaats
aanduiden. Zij zijn
lichamelijk van aard,
maar de plaats van
het gedicht
is alleen te vinden
in die andere wereld,
die veel krachtiger is
dan menigeen denkt.
De schrijver kent het wel,
… het gedicht … 
maar moet steeds opnieuw
heldendaden verrichten,
draken verslaan,
dronken-nuchter worden,
door braamstruiken sluipen,
koers houden langs klippen,
en eenzaam rondzwerven …
om daar aan te komen.
Op zoek naar
het nieuwe oude gedicht.
Als hij faalt liggen
de proppen papier
rondom hem, groeien
de rimpels in zijn gezicht
en verkrampen zijn
schouders en hand.
Hij cirkelt in het gevangen-
zijn in zinnelijke of
platonische liefde
voor een medemens.
Slapeloosheid is zijn deel,
melancholie zijn cocon.
Maar, lukt het hem
door te gaan, moed
te tonen, aandachtig
te blijven en stil, dan zal
het gedicht 
tevoorschijn komen
als een openbaring.


4-12

zondag 2 december 2018

Erbarmen


Sterven, sterven en nog eens sterven,
waar zouden we zijn zonder dood.

Tijd legt het voor ons neer, uitgespreid
tussen lakens en eindeloze slagvelden.

Leven beminnen, sterven omarmen,
zacht en rauw en eenzaam kijken.

Geliefde en vijand vervagen, onbehagen,
worden – gepaard met schuld – vergeten.

Onschuld meegestorven, weggesneuveld,
ondergesneeuwd in overlevingsdrang.

Rouwen als eten en drinken, noodzakelijk
totdat tranen eens, ja eens opdrogen.

Ogen minder rood, dood minder dood,
ons achterblijven … één langzaam sterven.


2-12