vrijdag 24 april 2026

al dat lawaai

 

weeklacht

 

de schijnbare doelloosheid van het leven

liet hem niet met rust   hij deed maar

wat er bij hem opkwam, altijd herrie

lawaai in alle klanken gonsde in hem

 

alsof de wereld niet buiten maar binnen

in hem woonde met al dat echte vechten

dat vloeken en dat schreeuwen dat

plengen en dat plonsen in volle klinkers

 

ach, was ik maar anders, zonder heelal

met tollende planeten, eindeloze banen

al die Sirenen in mijn hoofd verdoven

de lange weg, de trage wil, het uitglijden

 

 

19-4-2026